Fiesta Pere

14 juli 2018

Het is half zeven. De lucht boven de Middellandse Zee is niet langer diepzwart. Een stuk oostelijker is de zon al boven de horizon. Hier nog niet. Het ochtendgloren is gaande hier. Het is stil. Geen blaffende honden, geen ku-ke-lu-ku-ken-de hanen.

Zachtjes draai ik het toegangshek weer op slot. Dat valt niet mee. In de loop der jaren is het hek wat uit het lood gezakt. Met mijn voet duw ik het hek wat verder naar beneden en het slot doet eindelijk waarvoor het bedoeld is.

Ik neem plaats in de nog keurig witte Hyundai i20, trek zachtjes de deur dicht. Ik zoek naar de knop om het apparaat aan te zetten, maar moet er weer even aan wennen dat het in dit type auto nog vertrouwd met een sleutel gaat.

Er brandt een rood lampje. De deur heb ik te zachtjes dicht gedaan. Ook die is nog niet goed in het slot. Deur open en wat meer kabaal nu en het lampje dooft. Op weg naar de kust.

De kronkelende wegen zijn nog als eerder. Hier en daar nieuwe gebouwen of vallen ze nu pas op na een vers witte laag muurverf? Hier en daar is een kruising veranderd in een rotonde. De drempels in het wegdek hebben gejongd, want het zijn er meer dan vier jaar geleden.

Ruim twintig minuten later sta ik op de kiezels van een minuscuul strandje. Mijn voetsporen moeten hier zijn, maar de wind, de zee en de zon hebben ze gewist. De zon verlicht het stadje Altea in de verte, verder is alles nog in de schaduw van een heuvel die behoort tot het grond gebied van Calpe.

Ik kijk naar de enorme stenen massa achter mij en voor het eerst in al de jaren dat ik hier kom valt het op dat ik helemaal niet naar South Dakota hoef om uitgehouwen gezichten te zien. Toegegeven de neuzen, snorren en kinnen die ik hier zie lijken niet op de presidenten van Mount Rushmore, maar toch geniet ik van de gezichtsprofielen hier ontstaan door erosie.

Voor zover het smalle kiezelstrandje het toestaat kan ik het van diverse hoeken bekijken. Ik sta niemand in de weg, er is niemand.

Gezagvoerder Haas en zijn bemanning, die volgens mij grotendeels uit vrouwen bestond, bracht ons snel en veilig gisteren van Eindhoven naar Valencia. Het vliegtoestel was niet tot de laatste stoel bezet, maar het was nu ook weer geen privevlucht. Er is hier op het strandje weinig te merken dat dit gebied zo toeristisch is.

Hoe het is afgelopen met de familie bestaande uit een echtpaar met drie nog jonge dochters en waarvan zowel pa, als ma hun rijbewijs hadden thuis gelaten en dus geen huurauto meekregen blijft een onbeantwoorde vraag.

Het is vier minuten over half acht als de zon boven de heuvel piept. Dat gaat best in rap tempo, het oogt alsof iemand die plots op het strandje het licht met een enorme spaarlamp aandeed.

Ik slenter na een tijdje terug naar de auto. Even later sta ik bij de haven van Altea en verken de boulevard.

Er is hier blijkbaar tijdens onze afwezigheid van vier jaren een schip gestrand. De Nina uit 1492 ligt hier bij de Platja de la Roda permanent voor anker. Dat wil zeggen de bakboordzijde van het schip is tegen een gevel van een restaurant gespijkerd. Bij de ingang staat een klein kanon opgesteld.

Ik loop verder en achter mij zijn plots knallen. Is het dan toch geen replica? Zijn de Spanjaarden op de vuist gegaan? Is het kanonnetje toch nog in actieve dienst?

De echo van de knallen verstommen ook. Ik hoor een tamboer op een kleine snaartrommel. Ik hoor een deuntje uit een toetertje dat doet vermoeden dat er een slangenbezweerder uit Noord-Afrika zojuist is afgemeerd.

Een man of twintig in blauw T-shirt zijn in aantocht. Vooraan de stoet inderdaad een tamboer en een toeteraar. Er achteraan een gezette heer met een winkelwagentje met daarin een enorme kartonnen doos. Het geheel geflankeerd door twee motoragenten. Er is blijkbaar een Fiesta aan de gang met vuurwerk in de vroege ochtenduren.

Op de rug van de shirts is te lezen: Saint Pere. Verderop zijn allemaal kraampjes. Zo rond de klok van negen uur zijn ze allemaal nog gesloten. Dat wil zeggen de kramen zijn ingewikkeld met enorme lappen van katoen of wit plastic en het geheel wordt met enorme knijpers bijeen gehouden.

Op een enkel kiertje na is het gissen naar de handelswaar. Ik ruik specerijen en ik ruik leer. De zwarte vlaggen doen aan piraten denken en bij de laatste kraam kan de toekomst voorspelt worden middels Tarot kaarten is te lezen via een vergeeld kaartje.

Ik doe zonder de kaarten ook een poging. Ik voorzie de aanschaf van luchtbedjes, lekkere koeken, nog wat meer ijsjes, ja zelfs een versie met pecan noten, en tot slot de aankoop van twee stokbroden. De voorspelling komt uit. Zie je wel. Het is vakantie!