Langs de kust

17 juli 2018

Er zijn diverse wegen die naar Altea leiden. De meest oostelijke is een vrij smalle geasfalteerde weg tussen Altea en het plaatsje Albir.

Parkeerplekken zijn er niet, wel een wandelpad. Ik kan mij niet herinneren hier eerder de boel geinspecteerd te hebben en ga vanochtend op onderzoek.

Binnen de bebouwde kom van Albir is er een kiezelstrand. Zo in de vroege ochtend rond de klok van half negen is er nog weinig volk te bekennen op de kiezels.

In zee staat een oude baas tot zijn middel in het water. Wanneer zijn onderlijf voldoende is afgekoeld keert hij zich om en komt het water uit. Met beide handen omklemt hij een stevige stok. Hij prikt de staf telkens tussen de stenen en trekt zich als ware op aan de stok. Zo ploetert de man van de zee weer terug naar de boulevard.

Het is een schril contrast met een jonge griet die op zijn route naar de houten trap allerlei gymnastische oefeningen doet. Ze lift de grootste kiezels die ze heeft kunnen vinden. Ze rekt en strekt, ze hupst en springt. Het geheel gecompleteerd met push-ups en passen op de plaats waar de knieen maximaal worden gelift.

Het resultaat mag er zijn, de jongedame zit strak in het gebruinde vel. De oude baas pauzeert. Leunt op zijn stok en neemt de tijd om op adem te komen en van het uitzicht te genieten. Een eveneens oude baas, maar iets jonger nog, leunt tegen de leuning die het strand van de boulevard scheidt. Neemt ook de tijd op het tafereel gade te slaan en vervolgt even later zijn weg richting het deel van de kustweg waar de kiezelstenen zijn vervangen door enorme keien.

Langs de keien klimt een man uit het water en via een betonnen trappetje komt ook hij op de boulevard. Hij steekt de weg over en betreed een pad waar een bordje staat dat de richting aangeeft naar een Ermita, een klein kerkje.

De naam Ermita Sant Antoni komt mij bekend voor, maar niet komend vanuit deze richting. Ik groet de lokale fris gewassen bewoner en volg zijn voorbeeld en sla ook het pad in.

Het kerkje komt na wat kronkelende paadjes in beeld. Het komt mij inderdaad bekend voor. Een bord geeft aan dat het wit gekalkte pandje in 2011 is gerestaureerd. De aangrenzende pastorie zijn ze vergeten of de financiele middelen waar uitgeput, dat pand is een grote bouwval.

De bewoners rondom dit kerkje zijn mogelijk zo arm als een kerkrat. De huisjes zijn in niet al te beste staat. Het meubilair wat buiten staat opgesteld is nodig aan vervanging toe. Een nieuwsgierige poes volgt met veel interesse mijn bewegingen. De kerkklok is gejat en het touw waarmee het geklingel ooit in gang werd gezet ligt als een dooie, witte slang op het dak van het kerkje.

Van stenen van circa vijfentwintig bij vijftien, bij vijftien centimeter, waarmee hier ook huizen worden gebouwd zijn op diverse plekken gestapelde torentjes gemaakt. Het heeft iets weg van een waterput, maar dan twee meter hoog en een meter in doorsnee en zo lek als een mandje vanwege de enorme kieren.

Bij een met takken gevuld exemplaar en de nodige roetaanslag concludeer ik dat deze bouwsels dienst doen als enorme vuurkorf voor het gortdroge tuinafval.

Een stukje verderop struikel ik bijna over een mergpijp. Niet een overheerlijk exemplaar met cake, marsepein en chocolade, maar zo eentje als uit de soep. De gedachte aan het avontuur van gisteren doet mij even huiveren, maar waarom zou ik?

Plots komt daar een politiebus aangereden. Het voertuig stopt op wat een dorpspleintje genoemd kan worden. Er kan geen goedemorgen vanaf, ze hebben gelukkig geen oog voor mij. Met wat plakband plakken ze een papier op een bord wat aangeeft dat er een parkeerverbod geldt en ze zijn net zo snel weer weg als dat ze kwamen.

Na bestudering lijkt de gemeente Altea een soort van ontheffing te hebben verstrekt, de kans is groot dat hier binnenkort ook een feestje is.

Bij het volgende bouwvallige huis staat een dranghek voor de deur voorzien van een inrijverbodsbord, maar ook een stalen brievenbus. Vreemde plek hoor, om je postbus aan op te hangen.

Ik slenter weer terug richting de boulevard. Kijk nog even achterom naar de Ermita de Sant Antoni de Padua en waardeer het extra dat ik met de pinpas in de aanslag gewoon wat boodschappen kan afrekenen in een even verderop gelegen supermercado.