Mieren

20 juli 2018

Gisteravond op zoek naar de Grote Beer en andere sterren werd al snel duidelijk dat het een bewolkte toestand aan het worden was.

Naar mate de tijd verstreek en de kleine wijzer richting de twaalf ging werd het steeds lichter. Het gele licht afkomstig van de lantaarnpalen weerkaatste tegen het witte wolkendek.

Even na acht uur op vrijdagmorgen, de vakantie in Spanje is nu halverwege, deed de zon nog een poging door de wolken te prikken, maar het wou niet echt lukken.

Tijd om wat dichterbij huis onze tijdelijke woonplaats Alfaz del Pi te inspecteren.

Een oud schooltje even buiten het kleine centrum is de laatste jaren onderhanden genomen en helemaal opgeknapt. Het gebouw doet dienst als onderkomen voor het voorlichten van de toeristen. Naast de vroegere school ook een keurig gebouwtje waar van het toilet gebruik gemaakt kan worden. Wat een luxe. Een briefje in drie talen vermeldt dat je de sleutel even binnen moet ophalen. Het is een soort speurtocht naar de volgende aanwijzing. Er hangt eveneens een briefje bij de deur van de Tourist Info met de openingstijden. De zeikerds zijn uitsluitend welkom tussen negen en drie, je zal maar hoge nood hebben.

Mogelijk is mijnheer pastoor gastvriendelijker, voor het eerst zie ik dat de buitendeuren van het kerkje open staan. Niet echt zondags gekleed gluur ik even om het hoekje van de tussendeur.

Er is niemand te zien. Wel te horen. Een compleet koor zelfs. Het gezang komt uit een luidsprekertje.

Hier geen stellage met flakkerende en druipende kaarsjes maar een knutselwerk van een handige Spanjaard. Een stuk of vijftig witte kunststof kokertjes naast elkaar, iets kleiner dan een leeg wcpapier rolletje, met daarop een klein lampje. Een briefje nodigt uit om een 20 cent muntje te werpen in een gleuf. No biljet, staat er nog bij, het zou de omzet wel goed doen maar ook stagneren. De dagopbrengst is tot op heden 20 cent. Er brandt maar een lampje.

Als ik weer naar buiten stap hoor ik het geluid van een soort toeter, een zwaar geluid. Het blijkt de uitbaatster te zijn van een kleine cafetaria. Niet zij, maar de stoeltjes die ze voortsleept over het gladde plaveisel zorgt voor het geluid. De vele zwaluwen in de lucht maken het compleet met hun kenmerkende fluitconcert.

Ik doe kris kras nog wat straatjes en plots blijk ik in een speciale route beland te zijn. Zoiets als de weg die mieren bewandelen nadat ze ergens wat zoetigheid hebben gevonden. De lege mieren de ene kant op, de afgeladen mieren de andere kant op. Soms onderweg even pauzerend om wat aan de lege mier door te geven over locatie, wat er te halen valt en de laatste nieuwtjes.

De mieren hier zijn heren en dames met tassen op wieltjes. De lege tassen gaan en de volle tassen komen van de markt, zo blijkt als ik hun spoor verder volg.

Op de plek met al dat lekkers ook een bonte verzameling van schoenen, jurkjes, korte en lange broeken, goedkoop ingekocht Chinees speelgoed, tassen van merken die in de winkels van Madrid, Rome en Parijs omringd worden door allerlei vormen van beveiliging staan hier gewoon op een eenvoudige houten schraag, geen beveiliger verder te zien, uitsluitende de verkoper van overduidelijk Afrikaanse komaf.

Opvallend is verder dat op deze markt naast de verse etenswaren ook plek is voor wel vier bloemenkramen, dat ze je niet veel hier: aanbod van verse bloemen. Direct er naast een handeltje in verse eieren. Ik vraag mij af hoe groot de kans is dat je op een warme dag het risico loopt op de aankoop van gekookte eieren.

Als ik de markt weer verlaat moeten de toeristen nog arriveren, de lokale bevolking heeft vooral oog en interesse in de verse waar. Aan de rand van het marktterrein struikel ik bijna over twee delen van een marktkraam, die op het asfalt liggen, in het ontstane wandelpad tussen kramen van links en rechts of van heen en weer.

Op twee meter afstand een wit tentje. Het beschut drie keurig geklede personen, twee vrouwen en een man, tegen de even door het wolkendek glurende zon. Er staan borden naast de kraam. De opschriften hebben niet iets Spaans, maar iets Scandinavisch. Wat eveneens wan toepassing is op de drie bijpassende gezichten, die zich blijkbaar kostelijk amuseren dat ik bijna ter aarde stortte.

Geen van drie springt op. Geen van drie komt informeren of ik iets verrekt heb. Blijkbaar ben ik niet meer te redden. In een flits zie ik onderaan de bordjes de naam van hun website. Het zijn leden van een groep die vroeger bij een huisbezoek de rare gewoonte hadden om hun voet tussen de deur te plaatsen.

Ik loop verder achter een mevrouw aan met wel drie bossen gele bloemen. Wat zal de boel bij haar opfleuren. Aan de rand van het parkeerterrein bij de markt zijn appartementen. Elk voorzien van een piepklein balkonnetje. Enkele voorzien van een piepklein hondje.

De brutaalste van het stel blaft naar elke voorbijganger. Met al het volk dat nog moet komen zal die vanavond niet meer zo best bij stem zijn.

De bewolkte lucht oogt nog wat verder op te klaren, ik keer snel huiswaarts.