Avontuur

4 november 2018

Inmiddels is het al weer een week of wat geleden dat kleindochter haar bewijs ontving dat ze zeer bedreven is in het zwemmen. Met een dergelijk papier op zak mocht ze aan een volgende ontdekkingstocht beginnen wat menig meisjeshart sneller doet kloppen. Op paardrijles.

Ze had afgelopen vrijdag plots behoefte aan een logeerpartij dit weekend en zo gebeurde. Ik had wat foto's gezien van de eerste stapjes in combinatie met een pony van twee turven hoog. Toch kon ik het niet laten te informeren naar de vorderingen. Had je een zwart petje op? Nee opa, een helm.

Zat je direct goed op het paard of zat je achterstevoren? Keek jij naar zijn hoofd of zijn kont? Ze bevestigde dat ze verkeerdom zat. De foto's bewezen het tegendeel en van Dik Trom heeft ze volgens mij nog nooit gehoord, maar het idiote idee van opa stond haar blijkbaar aan.

Vooral oma is een goede en favoriete speelmakker. En die houdt er niet van die zotte ideeen op na. Wel zo makkelijk voor een teer kinderzieltje.

Maar ja als oma dan andere bezigheden heeft, dan verschuift de aandacht. Zo ook gisteravond. Ik werd gedrapeerd zoals oma zit en werd dwingend verzocht bij net zo te gedragen als grootmoeder. Al snel gedroeg het knuffelbeertje die ik toebedeeld had gekregen zich toch anders dat ze had gehoopt. Zo moest ik met de beer door de denkbeeldige sneeuw en rilde van top tot teen, het beertje nog het meest.

Niet verwonderlijk want die is warmere oorden gewend, ik had het bruine pluche die voorzien is van een marine petje ontdekt in een Spaans winkeltje afgelopen zomer en voor haar meegenomen. Telkens als ik hem zie, moet ik aan jou denken, verklaarde ze eerder.

Afijn, de beer stond te rillen. Niet bepaald de stoere zeebonk waar hij voor door moest gaan.

Ook kleindochter heeft een goede fantasie en kwam met een goed idee. We gaan knuffels verstoppen en die zoeken met kouder en warmer. Zo gezegd, zo gedaan. De eerste ronde mocht ik verstoppen en zij zoeken. De rollen draaide om en ondanks dat ik de ogen moest sluiten kon ik toch exact horen waar ze was en wat ze open en weer dicht deed om het pluche een nieuw tijdelijk tehuis te geven.

Met wat amateurtoneelspel maakte ik er nog een flinke speurtocht van. Ik mocht weer verstoppen en uiteindelijk was het weer haar beurt om het beestenspul met hoog knuffelgehalte te verstoppen.

Ik kreeg keurige aanwijzingen van een eenhoorn. Dat behoeft enige toelichting.

Op dit moment zijn knuffels, speelgoed en allerlei kinderprullaria bijzonder populair als er een eenhoorn of, zoals ze zelf zegt, een unicorn op staat afgebeeld of als het een perfecte imitatie is. De jongedame met de aanwijzingen waar de knuffels verstopt liggen was vlak voor de verstopperij omgetoverd tot eenhoorn. Ze heeft sinds kort een pyjama die als een huispak slobberd om het kinderlijfje. Compleet met muts met daarop een hoorntje, vleugels op het rugpand en een vrolijk bungelend staartje wat begint, waar de ruggengraat eindigt, bij het stuitje.

Op basis van koud, kouder en ijskoud trok ik dus door de woonkamer en aangrenzende keuken. Het bleek pas behaaglijker te worden toen ik het halletje in de buurt van de voordeur instapte. Het werd al snel warmer onder de voeten, wat bleek te kloppen, de vloerverwarming begon zijn werk te doen.

Er staat daar een ladekastje. Met vier laadjes om heel precies te zijn. Ik doorzocht ze alle vier maar van een knuffel was geen sprake. Verder zijn er geen verstopplekken dus keerde weer terug naar de woonkamer.

Daar zat een eenhoorn met grote ogen. Vol met ongeloof. Ik had geen knuffel mee terug gebracht. Ik ontving dwingende aanwijzingen dat ik beter moest zoeken, het was aan die kant, het is daar warm, beet zij mij toe.

Ik keerde terug. Twijfelde aan mijn geestelijke gesteldheid nu de jaren rap klimmen. Doorzocht nogmaals de laadjes. Geen enkel spoor van verstopt speelgoed.

Inmiddels was kleindochter aan mijn zijde verschenen. De kinderoogjes hielden het niet droog. Er ontstond gesnik. Ik snapte er geen snars van. Volgens de verklaring had ze het kleine, bruine beertje met zijn petje links van het kastje gezet. Van hem ontbrak elk spoor.

De aanwijzingen stokte. Ik pakte een zaklantaarn, knipte het ding aan en doorzocht alle hoeken en gaten in onze woonkamer. Geen beer te bekennen. Niet onder de bank, niet achter de gordijnen, niet in kastjes, niet in laadjes, niet achter kussens. Gewoon nergens!

Naast mij werd hevig gesnikt. "Het is mijn lievelingsbeer, die ik van jou heb gehad, die ben ik nu alllltijd kwijt!" was de strekking van haar zielig betoog. Zo'n knuffelbeertje mag dan pootjes hebben, maar zelfstandig lopen kan die echt niet. Waar is die gebleven?

Oma stond zich te schrobben onder de douche dus die kon ik uitsluiten als kwade genius. Het tocht hier ook niet, dus luchtverplaatsing kon het ook niet zijn. Het snikken ging ondertussen onverminderd door.

Het antwoord op de vraag of ze zeker wist dat ze hem daar naast het kastje als laatste had achtergelaten resulteerde in het aanzwellen van het gesnik. "Hij is voor altijd weg!", meende ik nog te horen. Ik begon nu ook wanhopig te worden.

Een halleluja helder moment bracht mij op het idee dat kinderen zich ontwikkelen door het gedrag van hun naasten te imiteren. Had ik eerder een super slimme verstopplaats gevonden, deze had ze bij nader inzien vast ook als zeer slim bedacht beoordeeld.

Met grote stappen ik richting de keuken. Ik stak met mijn hand in de theedoek die nog aan de twee lusjes hing aan het haakje en haalde met een triomfantelijk gebaar de pluche zeebonk uit zijn geimproviseerde hangmat.

Wat een avontuur!